Author Archives: Wer

  1. Gratis VOG voor vrijwilligers en vrijwilligersorganisaties

    Reacties uitgeschakeld voor Gratis VOG voor vrijwilligers en vrijwilligersorganisaties

    Het is voor EHBO-verenigingen mogelijk om een gratis Verklaring omtrent het Gedrag (VOG) aan te vragen. Het is gewenst om zo’n verklaring aan te vragen voor bestuursleden en voor vrijwilligers die op evenementen hulp verlenen. Er is hiervoor een speciale regeling Gratis VOG.
    Lees verder: Gratis VOG

    Een VOG kost (normaal) inclusief certificaat ongeveer 40 Euro. Om een gratis VOG aan te vragen voor een vrijwilliger heeft de EHBO-vereniging e Herkenning nodig.

    Eventueel Het aanvragen van een e herkenning kan hier: eHerkenning aanvragen | eHerkenning. Voor een e herkenning moet een vereniging ook betalen. Er zijn abonnementen per jaar en voor een aantal jaar (zie eHerkenning aanvragen bij de goedkoopste eHerkenning aanbieder (eherkenningexpert.nl)). Bij 1 VOG-aanvraag per jaar zijn de kosten van e herkenning er al uit.

    Uiteindelijke (gratis) VOG aanvragen gaan via Justis klik HIER.
    Via 6 stappen zet u de aanvragen klaar. Lees HIER meer

  2. Top-10 ‘gevaarlijkste’ beroepen

    Reacties uitgeschakeld voor Top-10 ‘gevaarlijkste’ beroepen

    Top 10-lijstjes: het internet staat er werkelijk vol mee. Dagelijks delen online nieuwsplatforms en amusementswebsites massaal nuttige, meestal minder nuttige, maar vaak hilarische en soms ook ontroerende rangschikkingen over uiteenlopende onderwerpen. Geef toe; u heeft ongetwijfeld zelf ook wel eens vermakelijk gescrold door lijstjes over zaken als de fijnste zonbestemmingen in de winter, beste tips om af te vallen of meest ‘bingewaardige’ Netflix-series. Passend bij dit magazine geven wij de Top 10 gevaarlijkste beroepsgroepen. Ofwel; de professies waarbij het vaakst naar de EHBO-koffer wordt gegrepen.

    Een politieagent die niet zonder kleerscheuren thuiskomt na een worsteling met een gevaarlijke overvaller of een brandweerman die een gezin ternauwernood uit een brandend appartement weet te redden. Het ligt voor de hand om te denken dat deze twee collega-hulpverleners tijdens hun werk het meeste risico lopen om gewond te raken. Toch is niets minder waar; beide beroepen staan op de gedeelde vijfde plek in een overzicht dat het Centraal Bureau voor Statistiek (CBS) onlangs publiceerde. En op nummer één? Daar staat het beroep van kok, zo blijkt uit de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden van het CBS en onderzoeksorganisatie TNO.

    Ongeluk in een klein hoekje
    Het is ook eigenlijk niet verwonderlijk als je je bedenkt dat een ongeluk in de keuken in een klein hoekje schuilt. Uitschieten tijdens het fileren van een visje met een scherp mes of jezelf verbranden aan een kokendhete saus of soep. Het zijn slechts twee simpele voorbeelden waaruit blijkt dat een goed uitgeruste EHBO-koffer en recent opgefriste cursus hulpverlening in het gemiddelde hotel of restaurant beslist geen overbodige luxe zijn.

    Wij vroegen twee doorgewinterde keukentijgers naar hun kijk op bovenstaand onderzoek. Antoine (49) draait al sinds zijn zestiende mee in de betere Bredase en Rotterdamse horeca. Hij werkte zich op van keukenhulp – “de ervaring die ik destijds opdeed beperkt zich overigens tot het garneren van een dame blanche” – tot chef-kok. Hoewel hij zijn werk zelf niet als gevaarlijk zou willen bestempelen, beaamt hij dat het ‘gevaar’ om jezelf te bezeren in een keuken constant op de loer ligt: “Misschien wel de belangrijkste reden daarvoor is dat je als kok te maken hebt met een behoorlijke werkdruk”, vertelt hij. “Vanaf het moment dat de deuren van ons restaurant openen, duurt het maar even voordat onze bonnenprinter (bedoeld om bestellingen aan de keuken door te geven, red.) op volle toeren draait. Op dat moment draait alles om het serveren van een perfect gerecht, waarbij ontzettend veel factoren samenkomen. Ik kan niet ontkennen dat er dan ‘in de haast’ dingen misgaan. Je pakt een bakplaat aan zonder handschoen of vergeet gemorste ingrediënten direct op te ruimen, waardoor een collega uitglijdt en zich bezeert.” Gelukkig voor hem bleef het in zijn eigen carrière bij wat kleine lichamelijke ongemakken, die vaak gemakkelijk ter plekke verholpen konden worden.

    Dat geldt helaas niet voor Cynthia (34), die tijdens haar werk in een eetcafé ernstige brandwonden opliep. Een per ongeluk omgestoten glas water zorgde voor een heftige steekvlam in een frituurpan, waardoor hete olie op haar hand en een groot deel van haar onderarm terecht kwam. “Dat gebeurde in een fractie van een seconde”, vertelt ze over het voorval. “Gelukkig is het in de horeca (in ieder bedrijf, red.) verplicht dat minstens één BHV-er op de werkvloer aanwezig is. Een collega handelde in mijn geval snel en accuraat en wist erger leed door haar optreden te voorkomen. Terwijl ik zelf van de schrik verstijfde, besloot zij namelijk om direct mijn wond te koelen met lauw water. Een andere collega schakelde tegelijkertijd professionele hulp in. Met dank aan de specialisten in het ziekenhuis kan ik mijn arm en hand nu weer redelijk normaal gebruiken.” Toch zit werken in een keuken er voor Cynthia niet meer in; daarvoor heeft ze simpelweg te weinig kracht in haar onderarm. Momenteel werkt ze daarom als klantenservicemedewerker. Maar, hoe kan het ook anders, wél bij een bekende landelijke horecaketen. Toch hoopt ze dat haar verhaal jongeren niet ontmoedigd om te kiezen voor het werken in een keuken. “Wat ik heb meegemaakt is immers een incident; ik zie het als pure pech. Waar ik wel voor pleit, is dat situaties als deze worden gebruikt in voorlichtingen, ter preventie. Bijvoorbeeld tijdens de opleiding of middels interne trainingen. Een keuken is namelijk beslist geen risicovrije werkplek.”

    Bron:
    EHBO Nationale Bond Magazine 05-2022

  3. ‘Van thuishond tot reddingshond’

    Reacties uitgeschakeld voor ‘Van thuishond tot reddingshond’

    Redders in nood van Stichting Reddingshonden RHWW:

    Met de aardbeving in Turkije en Syrië hebben reddingshonden hun nut weer bewezen. Logisch, een hond ruikt een miljoen keer beter dan de mens. In Duiven zet een stichting van vrijwilligers zich al ruim 34 jaar in om vermiste mensen op te sporen.

    Familie vermiste persoon
    Bakker vertelt dat RHWW meestal door familieleden van een vermist persoon benaderd wordt, maar ook door de politie. “We nemen dan contact op met de familierechercheur die aan het gezin is toegewezen. We vragen hem of haar of we kunnen assisteren.” De inzetleider legt contact en maakt bij een positief antwoord een zoekplan afhankelijk van plaats, persoon en specifieke omstandigheden. Via een Whatsapp-groep wordt iedereen gemobiliseerd, kaarten uitgedeeld met zoekcoördinaten. De bus is ingericht als commandopost en via GPS-trackers kan precies bijgehouden worden waar hond en begeleider zich bevinden in het zoekgebied. Het team heeft ook boten tot zijn beschikking. De hond gaat dan voorop de boot staan en ruikt over het water. De geur van het slachtoffer wordt opgepikt door de hond. Daarmee kan het zoekgebied verkleind worden. Het lokaliseren verloopt dan verder via sonar en duikers van de politie bergen het stoffelijk overschot. Door middel van donaties hopen we voldoende geld op te halen voor een onderwatercamera.”

    Trouwe viervoeter
    Bakker heeft zich twintig jaar geleden aangesloten bij RHWW. Een pup bracht hem de nodige afleiding en de training van deze Oud Duitse herder bracht uitkomst. “Zo kwam ik met de RHWW in aanraking. Nu is het een uit de hand gelopen hobby. Ik verzorg lezingen en demonstraties en help mee om naamsbekendheid te verkrijgen.” In principe is elke hond geschikt. “Het gaat vooral om de combinatie van begeleider en hond. Zij moeten elkaar kunnen lezen.” In tegenstelling tot politiehonden maakt RHWW geen gebruik van afgerichte honden. “Mijn hond Pien is een goedaardige hond met een zacht karakter. Als pup hebben we haar, direct vanuit het nest, in de thuissituatie getraind. Elke hond van deze club groeit op in deze omstandigheden.” De hond is eigenlijk nooit uitgeleerd, maar gemiddeld hebben de hond en begeleider samen 1,5 jaar nodig om een team te vormen.

    In het nieuws
    RHWW is in heel Nederland actief. Samen met soortgelijke initiatieven is men aangesloten bij de Samenwerkende Reddingshonden Organisatie (SRO). In films en tv-series ruikt een hond aan een kledingstuk van de vermiste persoon. Dat geurspoor leidt naar de vermiste persoon. In het echte leven zijn de honden getraind op mensengeur, al dan niet in staat van ontbinding. De honden en vrijwilligers van RHWW halen regelmatig het nieuws wanneer een stoffelijk overschot met de reddingshonden is gevonden. Na de aardbeving in Turkije zijn ze door de gemeenschap om hulp gevraagd: “We hebben elf personen levend onder het puin helpen vinden. Voor vijftig mensen was hulp niet meer mogelijk.”

    Donatie
    De vrijwilligers bij RHWW hebben een dure hobby: “Bij landelijke vermissingen draaien we op voor onze eigen kosten voor verblijf en benzine. Ook herkenbare kleding en de trainingsweekenden betalen we zelf.” Bakker heeft het ervoor over: “Wij zetten ons belangeloos in voor het vinden van personen met onze honden. Het enige doel dat wij dienen is het bieden van zekerheid aan familie en nabestaanden. We geven duidelijkheid aan mensen die leven tussen hoop en vrees. Hoe moeilijk de boodschap vaak is.”

    Meer informatie:. www.rhww.nl

    Foto’s in Turkije: RHWW.
    Foto Jos Bakker en zijn reddingshond Pien: Diana Kervel.

  4. Tweede hulp bij ongeluk

    Reacties uitgeschakeld voor Tweede hulp bij ongeluk

    En dan is het een keer zover. Je moet eerste hulp verlenen na een verkeersongeluk; een fietser is geschept door een auto. Met het zweet op je rug help je het slachtoffer zo goed en zo kwaad als het kan. Als de ambulance komt, ben je opgelucht. Het ambulancepersoneel neemt de zorg over. Zelf sta je nog na te bibberen van de spanning. Maar wat gebeurt er verder met het slachtoffer?

    De ambulanceverpleegkundige heeft de leiding en de chauffeur assisteert daarbij. Beide hebben een speciale opleiding gevolgd. De verpleegkundige heeft daarnaast veel ervaring in het ziekenhuis opgedaan en mag bepaalde handelingen verrichten die normaal gesproken alleen zijn voorbehouden aan een arts. In tegenstelling tot wat veel mensen denken, is het snel naar het ziekenhuis brengen van het slachtoffer niet het eerste doel. Eerst wordt ter plekke zorg verleend en de ambulance gaat pas rijden als het slachtoffer stabiel genoeg is. Het kan dus zijn dat iets er ernstig uitziet, maar dat ze voor je gevoel “niet opschieten”. Besef dan dat het slachtoffer wordt geholpen door kundige professionals en wordt gestabiliseerd, zodat de rit naar het ziekenhuis veilig kan worden gemaakt.

    Soms komt er eerst een gele personenauto of motor met het opschrift ‘ambulance’. Deze worden bestuurd door ambulanceverpleegkundige en kunnen vaak sneller ter plaatse zijn.
    De verpleegkundige begint met het verzorgen van de patiënt, in afwachting van de grote ziekenauto. Bij ernstige letsels kan de traumahelikopter worden ingezet. Hierdoor kan snel levensreddende zorg worden verleend. Behalve een verpleegkundige is er ook een gespecialiseerde arts aan boord. Nadat zij het slachtoffer hebben gestabiliseerd, kan deze per ambulance worden vervoerd. Zelden wordt een slachtoffer meegenomen in de helikopter.

    Vrijwel altijd wordt er een infuus aangelegd. Hiermee kan je altijd snel medicatie en vocht toedienen. Bloed wordt niet gegeven in de ambulance, maar door fysiologisch zout toe te dienen kan eventueel bloedverlies tijdelijk worden gecompenseerd. Zodra de ambulance gaat rijden wordt er contact opgenomen met het ziekenhuis om de patiënt aan te melden. Zo nodig wordt gecheckt of er een bed vrij is op een bepaalde afdeling, bijvoorbeeld de Intensive Care. Als er geen bedden beschikbaar zijn, rijdt men direct door naar een ander ziekenhuis, waar het slachtoffer wel terecht kan. Soms is ook al duidelijk dat een patiënt naar een specifiek ziekenhuis moet, bijvoorbeeld een trauma- of brandwondencentrum.
    In het ziekenhuis wordt de patiënt opgevangen op de spoedeisende hulp (SEH).

    De ambulanceverpleegkundige doet een korte zakelijk overdracht, waardoor artsen en verpleegkundigen snel op de hoogte zijn en aan de slag kunnen. In de overdracht wordt aangegeven wat er is gebeurd en hoe het nu gaat met het slachtoffer. Ook worden, voor zover bekend, belangrijke zaken vermeld zoals medicatiegebruik of ziekten die het slachtoffer heeft. Voor ongevalslachtoffers is er een speciale traumakamer. Hierbij staat het bed in het midden van de kamer zodat men aan alle kanten bij het slachtoffer kan. Er is röntgenapparatuur aanwezig, zodat het slachtoffer niet meer hoeft te worden verplaatst als er foto’s moeten worden gemaakt.

    Er wordt, zowel op de ambulance als op de SEH, gewerkt volgens het principe ‘treat first, what kills first’ (behandel eerst wat het meest dodelijk is). Dit gaat volgens de ABC-methode, die ook door EHBO’ers wordt geleerd. Eerst wordt gekeken of de ademweg vrij is (airway), dan wordt de ademhaling beoordeeld (breathing), vervolgens de bloedsomloop (circulation), daarna pas het bewustzijn (disability) en tot slot wordt gekeken naar eventuele verwondingen (exposure). Als er ergens in dit proces een levensbedreigende afwijking wordt gevonden dan wordt dit direct behandeld. Daarna kan rustig verder worden bekeken wat er aan de hand is. Op de SEH wordt vervolgens bepaald wat er verder met het slachtoffer moet gebeuren: operatie, gips, ziekenhuisopname, etc.

    Als EHBO’er krijg je geen informatie hoe het verder is gegaan. Het ziekenhuis mag je niet informeren hoe het is afgelopen. Daarmee zou de privacy van de patiënt worden geschonden. Dat is vervelend want je hebt ontzettend je best gedaan en hoort niet hoe het afloopt. Je kan daarom je telefoonnummer meegeven aan iemand die met het slachtoffer meegaat of aan een omstander die het slachtoffer kennen. Het slachtoffer kan dan zelf bepalen of hij nog contact opneemt. Of dat wel of niet gebeurt, een slachtoffer zal je in ieder geval altijd dankbaar zijn voor wat je in de eerste minuten na een ongeval voor hem of haar hebt gedaan.

    Dit bericht is eerder door de Nationale Bond EHBO gepubliceerd

  5. Uitslag onderzoek Inspectie Gezondheidszorg naar evenementenzorg

    Reacties uitgeschakeld voor Uitslag onderzoek Inspectie Gezondheidszorg naar evenementenzorg

    Wat doen evenementenzorgorganisaties twee jaar nadat de Veldnorm Evenementenzorg is ingevoerd en wat doen zij om de kwaliteit van hun zorg te verbeteren? Om dit beeld te krijgen stuurde de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd van het Ministerie van Volksgezondheid Welzijn en Sport ruim 800 organisaties die mogelijk evenementenzorg verlenen een vragenlijst. De Inspectie ontving 538 reacties op de vragenlijst van organisaties die zorg verleenden op evenementen.

    De uitkomst van de vragenlijst is hieronder te lezen en downloaden. 

  6. De Regio (whats)app

    Reacties uitgeschakeld voor De Regio (whats)app

    Inleiding.

    Om meer en gemakkelijker contact te hebben tussen verenigingen binnen een regio van de Nationale

    Bond (in principe gelijk aan de veiligheidsregio) zal, door betreffende regio, een regio whats-app-groep

    aangemaakt worden. Daarmee zal er een meer dynamische samenwerking tussen de verenigingen

    kunnen ontstaan wat al deze verenigingen ten goede komt.

    Lees meer:

  7. Hoe zat het ook alweer met… de knipmeshouding?

    Reacties uitgeschakeld voor Hoe zat het ook alweer met… de knipmeshouding?

    Wanneer een slachtoffer aangeeft pijn op de borst te hebben of hartklachten gaat de eerstehulpverlener 112 bellen. De EHBO’er zorgt ervoor dat het slachtoffer zich niet inspannend door hem of haar te laten zitten of desnoods te laten liggen.

    De eerstehulpverlener laat in principe het slachtoffer zelf de beste houding kiezen. Een tweede hulpverlener kan een AED halen en deze buiten het zicht van het slachtoffer plaatsen. De AED is dan beschikbaar als het slachtoffer in een situatie komt waarin reanimatie noodzakelijk. Een AED wordt alleen aangesloten als het slachtoffer bewusteloos is.

    Leg bij hartklachten het bovenlichaam hoger bij benauwdheid en de benen iets hoger bij flauwte en duizeligheid (knipmeshouding). De persoon wordt in liggende positie gebracht met de benen omhoog (30-60 graden) en het bovenlichaam iets hoger (10-20 graden). Dit bevordert aan de ene kant de terugvloed van bloed naar het hart en aan de andere kant vermindert het de druk in de longslagader. Onderkant formulier

  8. Wat te doen bij een wolvenbeet

    Reacties uitgeschakeld voor Wat te doen bij een wolvenbeet

    Ongeveer twee derde van alle Nederlanders maakte afgelopen jaar een wandeling van tussen de 5 en 10 kilometer. Dat blijkt uit de cijfers van de Nationale Wandelmonitor van 2021. Met zo’n 1,8 miljard ommetjes en 1,1 miljoen Nederlanders die op wandelvakantie gaan, groeit wandelen in de volle breedte. In totaal wandelen zo’n 13,7 miljoen Nederlanders van 16 jaar en ouder wel eens, waarbij het overgrote deel (84 procent) regelmatig tot dagelijks een ommetje maakt en twee derde wel eens een uur of langer op pad gaat. Kortom, wandelen is populair en gezond.

    Afgelopen maand werden we via het nieuws opgeschrikt doordat de mens in contact komt met de wolf. In enkele natuurgebieden werd zelfs wandelen afgeraden. Omdat de wolf een beschermd dier is, is ingrijpen niet mogelijk. Hoewel we ons niet willen mengen in de discussie of de wolf nu wel of niet in Nederland ‘hoort’, is het wel zaak om te weten hoe te handelen bij een beet.

    Geef bij het melden bij de centralist van 112 door dat het vermoedelijk om een wolf gaat. Breng jezelf, zowel als hulpverlener als slachtoffer, in veiligheid. Neem plaats in een auto. Houd een auto desnoods aan.

    Bij een bijtwond is spoelen met lauw kraanwater de eerste stap. Aangezien de aanval waarschijnlijk in het bos zal zijn, zal dit niet voorhanden zijn. Bij grote uitgebreide letsels is het beter om de wond met rust te laten en te bedekken totdat de professionele hulpdiensten arriveren. Een bijtwond kan tot 8 uur later worden gehecht. De arts zal controleren of een tetanusprik nodig is. Bij infectiegevaar zullen antibiotica gegeven worden.

    De wolf is eigenlijk heel schuw. Van een documentairemaker is bekend dat hij wel 1000 keer in het bos is geweest alvorens er een te zien. Hopelijk keert het schuwe gedrag van de wolf weer terug, voor ieders welbevinden.

  9. Risico hersenletsel neemt af met dragen fietshelmen

    Reacties uitgeschakeld voor Risico hersenletsel neemt af met dragen fietshelmen

    Noord-Beveland is in de nationale enquête van de Fietsbond verkozen tot meest fietsvriendelijke gemeente van Nederland. Wat opvalt in de resultaten van de enquête is dat er weinig conflicten met andere weggebruikers zijn. In de gemeente Noord-Beveland fiets je prettig op met auto’s gedeelde wegen. Iets wat in andere Nederlandse gemeente niet altijd als prettig wordt ervaren. Om fietsen te stimuleren is ‘veiligheid’ een van de voorwaarden. Wellicht is het u ook opgevallen. Het dragen van fietshelmen is afgelopen tijd aanzienlijk toegenomen. In een land waar meer fietsen zijn dan inwoners is de fietshelm jarenlang impopulair geweest. Veel ouderen kopen een e-bike omdat dit minder inspanning kost. Maar omdat er harder gaat dan een ‘gewone’ fiets, verkeer steeds drukker wordt  en tijdelijke omfietsroutes ingesteld worden vanwege wegwerkzaamheden wordt een gevoel van onveiligheid ervaren . Om (kwetsbare) ouderen zo lang mogelijk te laten fietsen is door het  ministerie van en infrastructuur en waterstaat  zelfs het nationale programma ‘Doortrappen’ opgezet om ouderen ook op late leeftijd te stimuleren om te fietsen.

    Wat doe je als EHBO’er bij een hoofdwond, bijvoorbeeld na val op straat:
    Bel 112 en overleg met de centralist bij:

    • Veel bloedverlies, het slachtoffer kan in shock raken
    • Uitpuilende organen
    • Een diepe wond in hoofd, hals, borst en/of buik
    • Wonden bij botbreuken en ontwrichtingen

    Hulpverlening door EHBO’er:

    • Let op eigen gevaar.
    • Blijf bij het slachtoffer en stel deze zo mogelijk gerust.
    • Ernstig vervuilde wonden moeten eerst worden schoongespoeld met (kraan)water, wanneer ze niet erg bloeden. Geef daarna druk op de wond.
    • Dek de wonden zo steriel mogelijk af.
    • Leg het verband direct op de juiste plaats. Je kunt de wond erger maken wanneer je het verband verschuift.
    • Leg bij een hoofdwond verband op de plaats waar je de wond vermoedt.
    • Verwijder geen voorwerpen.
    • Dek uitpuilende organen losjes af met een nat niet-verklevend verband, plastic huishoudfolie of een natte schone doek of laken. Zo voorkom je uitdroging van de organen.
    • Doe afgescheurde lichaamsdelen in een schone, droge plastic zak. Doe deze zak vervolgens in een andere plastic zak met daarin smeltend ijs of een combinatie van water en ijs.

    Nu moet er alleen nog een oplossing gevonden worden voor het opbergen van de helm als je even snel een winkel in wil. Daar vinden de fietsfabrikanten vast wel iets passends voor.

  10. EHBO curriculum voor voortgezet onderwijs

    Reacties uitgeschakeld voor EHBO curriculum voor voortgezet onderwijs

    Het SLO is het landelijk expertisecentrum voor het curriculum van primair, speciaal en voortgezet onderwijs. Samen met het Oranje Kruis, het Rode Kruis, de Nederlandse Reanimatie Raad en het Nederlands Instituut Bedrijfshulpverlening is een EHBO curriculum opgesteld voor het voortgezet onderwijs onder het motto ‘Durf te Doen!’

    Overgenomen uit het curriculum, inhoudsopgave hoofdstuk 2 en 3.

    Hoofdstuk 2  EHBO in het voortgezet onderwijs

    2.1 Durf te doen

    EHBO gaat vanzelfsprekend over het aanleren van praktische vaardigheden. Het curriculum EHBO is voor de doelgroep van vo-leerlingen gericht op zeven levensreddende handelingen. Denk bijvoorbeeld aan het verlenen van accurate hulp tijdens een epileptische aanval, verstikking of levensbedreigende bloeding. In eerste instantie gaat het binnen het onderwijsprogramma om het ontwikkelen van de actiebereidheid van de individuele leerling. ‘Durf te doen’ is hierbij een belangrijk leerdoel; leerlingen stimuleren om zich bewust te worden van hun omgeving (awareness) en om daadwerkelijk in actie durven te komen als het nodig is.

    2.2 EHBO op school

    Het curriculum EHBO behoort niet tot de reguliere kerndoelen of examenprogramma’s en is niet verplicht. Voor een verrijkend of verdiepend onderwijsprogramma kunnen scholen er zelf voor kiezen om hun leerlingen EHBO-onderwijs aan te bieden.

    Het curriculum EHBO bestaat uit twee delen:

    1. EHBO op school: een algemene introductie op het hoe en waarom van EHBO.
    2. Basisvaardigheden: gericht op zeven levensreddende handelingen.

    2.3 Praktische handreikers

    Het curriculum EHBO kan als onderlegger fungeren voor bijvoorbeeld een losstaande cursus verzorgd door externen, of voor een deel geïntegreerd worden met biologie, verzorging of lichamelijke opvoeding.

    De algemene introductie ‘EHBO op school’ kan gegeven worden door bijvoorbeeld een docent biologie of lichamelijke opvoeding met belangstelling voorr of een achtergrond in, EHBO. De basisvaardigheden met betrekking tot de zeven levensreddende handelingen vragen een aanzienlijke hoeveelheid kennis en kunde van EHBO om deze te kunnen geven. Om deze kennis in huis te halen, kun je gebruik maken van gecertificeerde docenten/instructeurs, of je docenten laten opleiden en certificeren tot EHBO-instructeur. Bij de uitvoering van de basisvaardigheden (zeven levensreddende handelingen) kan worden uitgegaan van vier uur voorbereiding en vier uur praktijk.

    Binnen het EHBO-onderwijs is er een groot aantal aanbieders dat scholen kan ondersteunen bij het verzorgen van EHBO-onderwijs. Bij een aantal aanbieders is het mogelijk om leerlingen het EHBO-onderwijs te laten afronden met een certificaat.

    Hoofdstuk 3 Overzicht curriculum EHBO

    Het curriculum EHBO bestaat uit twee delen:

    1. EHBO op school (Leerdoel A1 tm A3)
      1. Introductie EHBO
      1. Eerste hulp verlenen
      1. Communiceren tijdens verlenen eerste hulp
    2. Basisvaardigheden; gericht op zeven levensreddende handelingen

    (Leerdoel BI tm B7)

    1. Eerste hulp bij bewusteloosheid
      1. Eerste hulp bij circulatiestilstand (reanimeren)
      1. Eerste hulp bij levensbedreigende bloedingen
      1. Eerste hulp bij beroerte
      1. Eerste hulp bij grote epileptische aanval
      1. Eerste hulp bij gedeeltelijke en volledige brandwonden
      1. Eerste hulp bij verstikking

Word nu lid van de Nationale Bond EHBO

Schrijf je hier in